“Een goede leraar brengt leerlingen het verlangen bij te willen weten wat hij hen kan leren."

 - Horace Mann - 1834

Ondernemerschap & werknemer

Als ondernemer weet ik dat de beste werknemer gemotiveerd en blij is. Een blije gemotiveerde werknemer ziet zichzelf als waarde en zal moeite doen om zich te kunnen ontplooien.  

Voor goed leiderschap als ondernemer ben ik geschoold volgens het situationeel leiderschapsmodel (SLM) van Hersey & Blanchard. Dit model stelt dat leiderschap wordt afgestemd op de persoon en situatie.


"Met veel humor en voorbeelden wel helder en duidelijk uitgelegd"

Christian (4 kader)


Docentschap & leerling

Als docent heb ik vastgesteld dat de beste leerling blij en gemotiveerd is, betrokken en geïnteresseerd.

Regelmatig komt de drive naar (zelf)ontplooiing bij een leerling pas in beeld wanneer eerst andere aspecten in orde zijn. Aspecten zoals de behoeften, veiligheid, sociaal contact, waardering en de erkenning in de piramide van Maslow.

De effectiviteit van goed docentschap op (zelf)motivatie is afhankelijk van het 'taakvolwassenheidsniveau' van de leerling. Om het beste uit de leerling te kunnen halen vraagt elk niveau om een eigen stijl van docentschap. Dat is maatwerk binnen een collectieve verwachting van positief resultaat.. 

 

Stijlen

Als docent gebruik ik gangbare stijlen die behoren tot situationeel leiderschap en betrekking hebben op het niveau, de ontwikkeling en het karakter van de leerling:

Instruerend (S1): Autoritair. De docent vertelt wat te doen en hoe, waarna er controle is op uitvoering van instructie. Deze stijl is de meest directe vorm voor beïnvloeding van gedrag. Voor persoonlijke ontwikkeling en ondersteuning is nog geen ruimte.  

Begeleidend (S2): Samenwerken. De docent vertelt wat te doen, legt uit en staat open voor feedback van de leerling. De leerling wordt beter in het succesvol afronden van de instructie en vindt draagvlak voor het uitvoeren ervan. Er is bij het uitvoeren van de instructie sprake van een samenwerking tussen de docent en leerling.

Ondersteundend (S3): Vertrouwen. De docent bouwt verder aan de relatie met de leerling door deze meer ruimte te geven in het maken van beslissingen naar eigen inzicht. Fouten maken en risico's nemen omdat de docent ondersteunt met randvoorwaarden waaronder de leerling goed kan presteren. De docent luistert, geeft vertrouwen, richt zich op motiveren van de leerling en de samenwerking.

Delegerend (S4): Resultaat. Leerling weet wat nodig is en de relatie zit goed, er is weinig taak- en relatiegerichtheid. De stijl is vooral gericht op doelen. De leerling krijgt eigenaarschap en verantwoordelijkheid over het maken van eigen beslissingen in het uitvoeren en oplossen. Op een afstand monitort de docent de voortgang van (leer)doelen. 

"Efficiënt effectief goed docentschap is een bij de situatie passende specifieke combinatie van taak- en mensgericht gedrag wat door de leerling wordt geaccepteerd of gewaardeerd."

Informeer nu naar de mogelijkheden!